dinsdag 31 mei 2016

Legendarisch - OS 1992 : goud voor Voula Patoulidou op de 100mH



In 1992 was de Amerikaanse Gail Devers voorbestemd om de koningin van de Olympische Spelen te worden. Twee jaar eerder leek haar veelbelovende carrière nochtans voorbij, toen de ziekte van Graves bij haar werd vastgesteld. Door die ziekte dreigde ze blind te worden en was er zelfs even sprake van een voetamputatie. Na een zware bestralingstherapie overwon ze de ziekte en herstelde ze verbazend snel. Op het WK 1991 haalde ze al zilver op de 100mH en in Barcelona mikte ze op eeuwige roem door zowel op de 100m als op de 100mH voor goud te gaan. Een ongebruikelijke combinatie, maar Devers had de snelheid, de kracht en de techniek om in haar opzet te slagen.
Op dag twee van de Spelen haalde ze alvast haar eerste gouden medaille binnen door in een bloedstollende 100m-finale nipt de Jamaicaanse Juliet Cuthbert en de Russische Irina Privalova voor te blijven. Op de 100mH zou ze vooral tegenstand krijgen van de Bulgaarse wereldrecordhoudster Yordanka Donkova,de Russische wereldkampioene Lyudmila Narozhilenko en haar landgenote LaVonne Martin. Niemand hield rekening met de 27-jarige Griekse atlete Paraskevi 'Voula' Patoulidou. Met een persoonlijke besttijd van 12"96 zou een finaleplaats voor haar al een hele prestatie zijn. Patoulidou overleefde zonder overtuiging de reeksen (13"14) en de kwartfinale (13"05), maar in de halve finale snelde ze met een tijd van 12"88 naar de derde plek en een plaats in de finale. Patoulidou vierde haar kwalificatie als een overwinning want als eerste Griekse atlete ooit haalde ze een Olympische finale. Bij atleten die zich onverwacht kwalificeren voor een finale treedt er vaak onbewust een soort decompressie op. Het grote doel is dan al bereikt en in de finale komen ze er dan dikwijls niet aan te pas. Mede om die reden dichtte nog steeds niemand haar medaillekansen toe. Lynda Tolbert en vooral Gail Devers moesten in de andere halve finale niet voluit gaan om zich te plaatsen en waren intrinsiek ook sneller dan de Griekse. Een hordenloop is echter iets speciaals. Een fractie van een seconde concentratieverlies, een aarzeling of een kleine misrekening kunnen je hele wedstrijd om zeep helpen. Door de druk en de nervositeit van een Olympische finale is de uitslag dan ook nooit te voorspellen. Daar stonden ze dan met zijn achten in de finale. De camera's waren vooral op Donkova, Martin en Devers gericht. Terwijl Devers als een speer uit de startblokken vloog, miste wereldrecordhoudster Donkova compleet haar start. Devers bouwde haar voorsprong na iedere horde uit en leek onbedreigd op haar tweede gouden medaille af te stevenen. Op de de laatste horde ging het echter compleet mis. De Amerikaanse tikte de horde zwaar aan waardoor ze uit evenwicht raakte en struikelde. Achter haar waren Donkova, Martin en een verbazende Patoulidou in heftige strijd verwikkeld voor de andere medailles, maar het drietal snelde in extremis Devers nog voorbij. De Amerikaanse kon zich niet herstellen van haar struikeling en ging al vallend door de finish. Alle ogen waren de hele wedstrijd op haar gericht, zodanig dat niemand onmiddellijk wist wie nu Olympisch kampioene was geworden. Het bleek de onbekende Patoulidou te zijn die met een fantastische tijd van 12"64 alle favorieten een neus zette. Pas na het bekijken van de herhaling werd duidelijk wat een sterke tweede wedstrijdhelft de Griekse had afgelegd. De camera's bleven in eerste instantie op Devers gericht die haar ontgoocheling verbeet, maar ondertussen was Voula Patoulidou door het dolle heen. De Griekse is zonder twijfel een van de meest onverwachte Olympisch kampioenen uit de atletiekgeschiedenis. 
Na de Spelen van 1992 besliste ze zich opnieuw te gaan toeleggen op het verspringen, haar eerste liefde. Ze vond dat ze het hoogst mogelijke had bereikt op de hoge horden en in Atlanta wou ze nu ook in het verspringen de Olympische finale halen. Ze slaagde hierin en werd 10de. In Sydney (2000) en Athene (2004) maakte Patoulidou nog deel uit van het Griekse 4x100m estafetteteam, zodat ze uiteindelijk aan vijf opeenvolgende Olympische Spelen deelgenomen heeft. In Griekenland is Patoulidou een echte volksheldin en na haar carrière ging ze de politiek in. Momenteel is ze vice gouverneur van Thessaloniki.


maandag 23 mei 2016

114 jaar later ... Hibernian wint zijn derde Schotse FA Cup


In de Schotse FA Cup finale stonden afgelopen weekend met Rangers FC en Hibernian twee Championship-teams tegenover elkaar. Rangers FC pakte een paar weken geleden de titel in de Schotse tweede afdeling en verzekerde zich daarmee opnieuw van een plaats in de Premier League. Het team van Mark Warburton wou met bekerwinst de kers op de taart zetten en zou op die manier volgend seizoen opnieuw Europa ingaan. Hun tegenstander, Hibernian, liep net de promotie naar de eerste klasse mis en wacht al 114 jaar op een nieuwe beker. Dit seizoen stonden beide teams al 5 keer tegenover elkaar en daarbij won Rangers FC drie keer en Hibernian twee keer. De wedstrijden tussen beide teams stonden wel telkens bol van spektakel. In die vijf wedstrijden werd mar liefst 23 keer gescoord. De verwachtingen waren dus hooggespannen voor deze finale ... en die verwachtingen werden ook ingelost.
David Gray scoort 2-3 - GettyImages
Beide teams speelden vrank en vrij en na drie minuten opende Anthony Stokes de score voor Hibernian. Het team uit Edinburgh kreeg na het openingsdoelpunt nog tal van kansen om de score te verdubbelen, maar uiteindelijk maakte Rangers-boegbeeld Kenny Miller in de 27ste minuut gelijk. Na de pauze ging de wedstrijd gelijk op en iets na het uur verschalkte Andy Halliday met een mooie plaatsbal Hibernian-doelman Logan. De Rangers leken op de overwinning af te stomen, maar in de 80ste minuut prikte de onvermijdelijke Anthony Stokes met het hoofd de gelijkmaker op het bord. Het spektakelstuk leek een verlengstuk van 30min te gaan krijgen, toen Hibernian in blessuretijd nog een corner kreeg. Stevenson schilderde de bal op het hoofd van David Gray die met een buffelstoot een einde maakte aan het 114 jaar wachten van de Hibernian-fans. Wat volgde was uitzinnige vreugde bij de Hibernian-spelers, ongeloof bij de Rangers. Na het laatste fluitsignaal barstte het feest los bij de Hibernian-aanhang. Het was een waar delirium ...
Een grote smet op de feestvreugde was wel dat Hibernian-supporters het veld opstormden en op de vuist gingen met Rangers-supporters. Ook een aantal spelers van Rangers deelden in de klappen. Een jammerlijk slot van een spetterende finale.


vrijdag 20 mei 2016

Frédéric Frans : "Ik sluit een terugkeer naar België niet uit"

Frédéric Frans bij Partick Thistle - Foto: Facebook
Na twintig jaar bij SK Lierse te hebben gevoetbald, koos Frédéric Frans in 2014 voor een buitenlands avontuur bij het Schotse Partick Thistle, een kleine, gezellige club uit Glasgow. In de afgelopen seizoenen groeide de rijzige verdediger uit tot een vaste waarde en een van de publiekslievelingen bij The Jags. Hij voelt zich heel goed thuis in Schotland en bij de club, maar toch sluit hij een terugkeer naar België niet uit. Het voetbalseizoen in Schotland zit er momenteel op en samen met mij blikte Frédéric nog eens terug op het afgelopen jaar.

De competitie in Schotland is afgelopen en met Partick Thistle werd je 9de. Ben je daarmee tevreden? 
"Met onze ploeg kenden we een beetje een vreemd seizoen. We hadden een dramatische seizoensstart. Van onze eerste negen wedstrijden konden we er geen enkele winnen en scoorden we ook slechts twee doelpunten. Defensief stonden we wel goed, maar offensief kregen we niets voor mekaar. Op de tiende speeldag haalden we dan uiteindelijk onze eerste overwinning van het seizoen. De 3-0 zege tegen Dundee Utd zorgde voor een ommekeer en dan zijn we een enorme opmars begonnen. Van de bodem van het klassement rukten we op naar plaats 7de plaats op de 33ste speeldag. We kwamen net 1 puntje tekort voor play-off 1. Jammer want dat zou een fantastische prestatie geweest zijn voor de club. Uiteindelijk zijn we negende geworden, en daar moeten we tevreden mee zijn."
Als verdediger pikt Frans ook af en toe een goal mee. - Foto: Twitter
De Jupiler Pro League is dus niet de enige competitie waar playoffs worden gespeeld.
"In Schotland is het wel anders dan in België. Hier splitsen ze de competitie na speeldag 33 op in top 6 en bottom 6, maar dan wel met behoud van punten. In België stond de play-off 1 steeds garant voor spektakel en spanning. Op dat vlak is het wel een goeie zaak voor het Belgische voetbal. Play-off 2 aan de andere kant vind ik niet zo geweldig."
Dit seizoen had je zelf nogal wat af te rekenen met kleine blessures. Hoe kijk je terug op je eigen prestaties dit seizoen?
"Voor mij persoonlijk was het inderdaad een seizoen dat steeds werd onderbroken door kleine, vervelende blessures. Het waren nooit echt ernstige blessures, maar na een aantal matchen stond ik steeds weer een paar weken aan de kant. Het is lastig om telkens opnieuw terug te moeten vechten en op die manier heb ik uiteindelijk een twintigtal wedstrijden op de teller dit seizoen. Over de meeste wedstrijden die ik gespeeld heb, ben ik wel tevreden. Bij ongeveer de helft van mijn wedstrijden hielden we de nul, wat toch wel goed is voor een kleine club zoals Partick."
Partick Thistle is bij de Belgische voetbalsupporters niet zo heel bekend. Vertel eens iets meer over de club.
"Partick Thistle is de "kleine" club uit Glasgow, maar toch is het een heel populaire club. De rivaliteit tussen Celtic en de Rangers is hier enorm, en Partick is zowat de club die iedereen graag heeft. Het is een typische traditieclub en eigenlijk heeft de club best wel een mooie geschiedenis. In de jaren '80 was het een van de betere clubs in Schotland."
Hoe ben je eigenlijk in Schotland en bij deze club terechtgekomen?
Frédéric Frans als kapitein bij Lierse - Foto: PhotoNews
"Na twintig jaar bij SK Lierse vond ik dat het tijd was om andere lucht te gaan opsnuiven. Ik wou altijd al naar het buitenland om een nieuwe voetbalcultuur te leren kennen. Er werd gezegd en geschreven dat ik in 2014 geen nieuw contract kreeg bij Lierse, maar dat klopt niet helemaal. Ik kreeg wel degelijk een driejarig voorstel, maar dat heb ik geweigerd. Mijn vertrek uit Lierse was volledig mijn keuze. Het is wel zo dat er bepaalde dingen gebeurd zijn die mijn afscheid wel pijnlijk hebben gemaakt. Het Britse voetbal heeft me altijd al aangesproken en via Charly Miller, met wie ik nog bij Lierse samengespeeld heb, ben ik uiteindelijk bij Partick Thistle terechtgekomen."
Kun je de Schotse competitie vergelijken met de Belgische?
Partick Thistle: de derde club uit Glasgow
"Eigenlijk is het verschil tussen beide competities miniem. Hier wordt er minder tactisch, maar met meer passie gevoetbald. Daarmee wil ik niet zeggen dat er geen mooi voetbal gespeeld wordt in Schotland. Vele clubs, waaronder Partick, proberen echt goed en attractief te voetballen. In België ligt het tempo wat lager dan hier. Daarnaast is een wedstrijd in Celtic echt uniek, en totaal niet te vergelijken met een wedstrijd in de Belgische competitie."
En volgend seizoen speelt Rangers FC ook terug in de hoogste afdeling. Hoe belangrijk is hun terugkeer voor het Schotse voetbal?
"Rangers FC is natuurlijk samen met Celtic de grootste club van het land. Dat deze club volgend seizoen terug in de Premier League actief zal zijn, is fantastisch. Stel je voor dat Anderlecht in de tweede klasse zou spelen. Alleen al voor de Old Firm is de terugkeer van Rangers FC belangrijk. Het geeft de Schotse competitie in het buitenland ook weer wat meer uitstraling. Ook in de lagere afdelingen kwamen in Ibrox Stadium wekelijks 55000 mensen de club aanmoedigen. Dit zegt genoeg over de grootte van deze club."
Hoe ziet de toekomst eruit voor jou?
"Geen idee. Ik voel me heel goed in Schotland en ik wordt hier ook enorm geapprecieerd. Dat merk ik in de pers en ook bij de supporters. Daarenboven is Glasgow een fantastische stad om in te wonen. De mensen zijn hier zo vriendelijk en behulpzaam ... er heerst hier gewoon een fantastische mentaliteit. Ik ben ook verliefd geworden op het land en ik zou hier eigenlijk de rest van mijn leven willen blijven. Toch droom ik ervan om ook ooit in de Engelse competitie te spelen. De Premier League zou fantastisch zijn, maar realistisch gezien denk ik dat ik meer op het Championship moet mikken. Da's ook een prachtige competitie. Anderzijds sta ik ook niet weigerachtig tegenover een terugkeer naar de Belgische competitie. Afgelopen winter was er toch ook heel wat interesse van Belgische eersteklassers die me wilden inlijven. Eerlijk gezegd ben ik geen voorstander van een wintertransfer. Als je van bij het begin van het seizoen bij een club kunt starten, is dat toch interessanter. We zien wel wat het wordt. Nu eerst genieten van een deugddoende vakantie."

zaterdag 23 april 2016

Bruno Carvalho: "Trots om ooit de kleuren van deze prachtige club te hebben gedragen."

Bruno Carvalho - foto: Facebook
Royal Antwerp FC staat op het punt om na 16 jaar afwezigheid opnieuw te promoveren naar de eerste klasse. Dit zorgt voor een ware voetbalhype in ’t Stad en ook bij spelers met een verleden bij The Great Old brengt dit iets te weeg. De Portugees Bruno Carvalho die in 2011 op de Bosuil neerstreek, en gedurende twee jaar het rood-witte shirt droeg, volgt de prestaties van Antwerp ook nog steeds op de voet. Momenteel vecht de technisch onderlegde flankaanvaller bij de Portugese tweedeklasser SC Farense tegen de degradatie, maar hij maakte graag wat tijd vrij om terug te kijken op zijn periode bij den Antwerp. “Ik bewaar heel veel mooie herinneringen aan die periode en ik zal de club en de supporters altijd een warm hart toedragen. Een mooie club als Royal Antwerp FC verdient het om eindelijk terug op het hoogste niveau mee te strijden.”
Ik startte het seizoen 2011/2012 bij de Portugese tweedeklasser Atletico Clube de Portugal. We hadden een goeie groep en speelden collectief ook een heel sterke campagne. Na de heenronde stonden we op de eerste plaats en leken we op weg naar promotie. Ik heb zelf zeker ook bijgedragen tot het succes van ploeg en dank zij mijn goeie prestaties kwam ik in beeld bij Royal Antwerp FC. Ik kende de club wel, maar pas toen de interesse concreet werd en er mij een contract werd aangeboden, ben ik me goed gaan informeren. De rijke geschiedenis van de club en het ambitieuze plan om zo snel mogelijk opnieuw terug te keren naar de eerste klasse, hebben me eigenlijk vrij snel overtuigd om deze uitdaging aan te gaan. Ik had van bij het begin het gevoel dat de voorzitter en de hele staf volledig achter mij stonden. Voor mij persoonlijk was het trouwens ook een hele eer om de kleuren van deze schitterende club te mogen dragen. Dit was een grote stap in mijn carrière en ik hoopte ook om de club te kunnen helpen promoveren en eindelijk ook mijn carrière op het hoogste niveau verder te zetten,” aldus Bruno Carvalho.
Antwerp heeft fantastische supporters
“De eerste maanden bij de club waren behoorlijk moeilijk voor me. Ik was in een nieuwe omgeving, sprak de taal niet en raakt bij een van de eerste trainingen al onmiddellijk geblesseerd. Pas twee en een halve maand na mijn komst, kon ik mijn debuut maken in het Antwerp-shirt. Ik moest ook nog aanpassen aan de Belgische voetbalcultuur. Het voetbal in België was minder technisch en veel fysieker dan in Portugal. Maar al bij al verliep de aanpassing behoorlijk vlot. Ik stelde ook met veel plezier vast hoe intens het voetbal in Antwerpen werd beleefd. Ik zag er mensen en hele gezinnen die verliefd waren op den Antwerp en die de club, na zovele successen, ook in de tweede afdeling bleven steunen. Ik voelde me er ook heel erg geliefd bij de supporters en had het gevoel dat mijn kwaliteiten als voetballer echt naar waarde werden geschat. Ik zal ook nooit vergeten dat ik tijdens mijn tweede seizoen werd verkozen tot favoriete speler van de supporters.”
Ik verliet de club met pijn in het hart

Bruno Carvalho in het Antwerp-shirt - foto: Facebook
“Jammer genoeg veranderde er heel veel tijdens mijn derde jaar bij de club. Er kwam een nieuwe investeerder, een nieuwe trainer en heel veel nieuwe spelers. Om de een of andere reden werd ik aan de kant geschoven en was er voor mij geen plaats meer in de ploeg. Tot op heden weet ik nog steeds niet wat de redenen hiervoor waren. Onder Jimmy Hasselbaink heb ik nooit echt een kans gekregen en daardoor was ik enorm gefrustreerd. Ik heb moeilijke momenten beleefd, maar ja, ook dat is voetbal. Soms is hard werken niet voldoende en moet je geluk hebben om met mensen te kunnen werken die in je geloven. Uiteindelijk werd ik uitgeleend aan KSK Heist en later ook aan Berchem Sport. Ik ben de mensen van beide clubs ontzettend dankbaar voor de kans die ze mij gegeven hebben. Ik zal nooit vergeten wat ze voor mij gedaan hebben. Ze hebben me geholpen om mijn carrière opnieuw te lanceren nadat ik bij Antwerp op een dood spoor zat. Nadat mijn driejarig contract afgelopen was, besliste ik om terug te keren naar Portugal. Er waren wel wat Belgische en Nederlandse clubs geïnteresseerd, maar op familiaal vlak leek het best om terug te keren naar Portugal. Het was wel met pijn in het hart, want ik hield van de club Antwerp, de stad en de mensen. Ondanks het einde in mineur bij de club, hou ik toch vooral heel goeie herinneringen over aan mijn Belgische periode. Ik volg de resultaten van Antwerp nog steeds van heel nabij en ik ben dan ook heel erg blij dat het grote doel om terug te keren naar de hoogste afdeling dit jaar eindelijk zal gerealiseerd worden. Van bij het begin van dit seizoen had ik het gevoel dat het deze keer echt zou gaan lukken. Ik ben heel trots ooit de kleuren van deze prachtige club te hebben mogen dragen en ik wens de club en de supporters ook het allerbeste toe. Ik ben hen heel erg veel verschuldigd. Voor de rest kan ik maar een ding zeggen : COME ON REDS !!!!” besluit de minzame Portugees.

woensdag 6 april 2016

Bram Ghuys klaar voor internationale doorbraak

Bram Ghuys - Foto: Facebook
In de jaren '80 had België met Eddy Annys een echte wereldtopper in het hoogspringen. Zijn 2m36, gesprongen in 1986 op een meeting in Gent, is nog steeds het nationaal record. Sindsdien is er nooit echt iemand geweest die in zijn voetsporen leek te kunnen treden. Stijn Stroobants manifesteerde zich begin de jaren 2000 wel als een groot talent, maar, deels door blessureleed, kon hij de hoge verwachtingen nooit echt inlossen. Toch mag er hoopvol naar de toekomst gekeken worden. België heeft in de persoon van Bram Ghuys opnieuw een talentvolle hoogspringer in zijn rangen. De atleet van Topsport Vlaanderen boekt jaar na jaar vooruitgang en etaleert ook steeds een grote regelmaat in zijn sprongen. Op termijn kan hij uitgroeien tot een vaste waarde op het internationale atletiektoneel. Na een goeie winter, waarin hij zijn persoonlijk record indoor aanscherpte tot 2m23, lijkt hij klaar om deze zomer opnieuw een grote stap voorwaarts te zetten. Het EK in Amsterdam is een realistisch doel en de Olympische Spelen een stille droom.
"Ik heb een goed indoorseizoen achter de rug en ik ben heel tevreden over de vooruitgang die ik geboekt heb. Aangezien de limiet voor het WK indoor (2m33) buiten bereik lag, had ik niet echt een groot doel deze winter. Daardoor ben ik samen met mijn trainer op een totaal andere manier beginnen trainen. Ik ben onder andere ook op stage geweest naar Leverkusen en daar zijn we meer aan de basis en aan de snelheid van mijn aanloop beginnen werken. Door die aanpak ben ik sneller, sterker en leniger geworden. Met een andere aanloop kan ik mijn snelheid beter gebruiken om gemakkelijker hoogte te winnen. Ik stoot nu ook wat verder van de mat af en daardoor zit de timing boven de lat nog niet altijd helemaal goed. Het was dan ook een beetje afwachten hoe ik het er op wedstrijden vanaf ging brengen deze winter. Ik had vooraf gehoopt om indoor voor het eerst over 2m20 te gaan, maar dat dit al onmiddellijk bij mijn eerste wedstrijd ging lukken, had ik ook niet verwacht. Het ging allemaal verbazend vlot en het feit dat ik in al mijn wedstrijden kon bevestigen, stemt me heel tevreden. Ik heb deze winter heel regelmatig gesprongen en dat doet het beste verhopen voor de zomer. Het was misschien nog mooier geweest, indien ik de limiet voor het EK in Amsterdam (2m26) al had gehaald, maar ik heb er vertrouwen in. Op training heb al vaak goeie sprongen afgeleverd op die hoogte en ik weet dat de limiet binnen mijn bereik ligt."
EK Amsterdam als absolute hoofddoel
De afgelopen jaren nam Bram tweemaal deel aan het EK U23. In 2013 werd hij in Tampere 16de met een sprong over 2m17 en vorige zomer werd hij in Tallinn 10de met 2m15. Deze zomer staat voor hem alles in het teken het Europees Kampioenschap in Amsterdam. "Na het EK U23 vorig jaar, is het nu de bedoeling om aan te knopen met het internationale niveau van de elite. Amsterdam is het absolute hoofddoel van deze zomer, maar met een rol als figurant wil ik me daar ook niet tevreden stellen. Als ik het EK haal, dan wil ik daar ook een rol van betekenis spelen en boven mezelf uitstijgen. Als dat lukt, dan is misschien zelfs de limiet voor Rio [2m29] niet onmogelijk. Dat betekent natuurlijk wel dat ik vijf centimeter hoger moet gaan springen dan mijn huidig persoonlijk record. Da's op dit niveau veel, maar je moet ambitieus zijn. Ik hoop deze zomer een constant seizoen te springen, met hopelijk een paar uitschieters," aldus Bram.
Nieuwe trainingsmethode
"Zoals ik daarnet al zei, ben ik deze winter op een drastisch andere manier beginnen trainen. Dit zou normaal gezien zijn vruchten moeten afwerpen deze zomer. Ik geloof ook dat ik nog veel groeimarge heb, en dat ik de komende jaren ook steeds hoger kan springen. In het tussenseizoen hebben we ook spiertesten afgenomen. Daaruit bleek dat ik links-rechts wel in evenwicht ben, maar dat de verhouding quadriceps-hamstrings nog geoptimaliseerd kan worden. Als ik daardoor nog meer snelkracht kan ontwikkelen, dan kan mijn aanloop nog sneller worden en kan ik die snelheid ook beter omzetten in hoogte. Verder ben ik ook beginnen samenwerken met een sportpsycholoog en daardoor heb ik op psychologisch vlak ook grote stappen voorwaarts gezet. Vroeger was ik bij het begin van de wedstrijd niet altijd even geconcentreerd en zo verspeelde ik in de aanvangsfase te veel energie en krachten,"
Uitzonderlijke generatie werkt inspirerend
Het hoogspringen bij de mannen staat de laatste jaren op een uitzonderlijk hoog niveau. Mutaz Essa Barshim, Bogdan Bondarenko, Ivan Ukhov, ... ze lijken allen in staat om het wereldrecord van de legendarische Javier Sotomayor (2m45) van de tabellen te springen. Daarnaast staan ook atleten als Chris Baker en Gianmarco Tamberi klaar om hen het vuur aan de schenen te leggen op de grote kampioenschappen. De uitzonderlijke generatie hoogspringers heeft ook een inspirerend effect op Bram Ghuys. "De topprestaties die de afgelopen jaren geleverd werden in het hoogspringen, werken zeker inspirerend voor me. Atleten als Tamberi en Baker ben ik al vaak tegengekomen op kampioenschappen en internationale meetings. Zij hebben de laatste jaren veel progressie geboekt en dat geeft natuurlijk ook een boost om zelf ook richting die hoogtes te gaan. Ik zoek ook steeds meer internationale wedstrijden op, want dat is veel competitiever en interessanter voor me. Mijn aanvangshoogte is meestal 2m10 en in België hebben dit jaar bij voorbeeld maar drie springers die hoogte overschreden. Dit betekent dat ik in België mijn wedstrijd pas kan beginnen nadat alle andere springers al klaar zijn. Dan moet ik helemaal alleen springen en da's niet aangenaam en ook niet bevorderlijk voor mijn prestaties. Deze winter heb ik bijvoorbeeld deelgenomen aan een wedstrijd in Keulen. Ik had er het op twee na laagste PR en uiteindelijk werd ik er 7de op 14 deelnemers. Ik werd zowat meegezogen door het niveau van de tegenstanders en ben er boven mezelf uitgestegen. Op de IFAM in Gent was dat min of meer hetzelfde verhaal," besluit de rijzige Dworpenaar.

zondag 20 maart 2016

Nadine Broersen: "Gedwongen rust is misschien wel goeie zaak"

Nadine Broersen - Foto AFP
Zaterdag kroonde Brianne Theisen Eaton zich tot wereldkampioene op de vijfkamp. De Canadese maakte in de afsluitende 800m een achterstand van 150 punten op de Oekraïense Anastasiya Mokhnyuk goed en haalde zo haar eerste internationale titel binnen. In Sopot werd ze twee jaar geleden nog tweede na de Nederlandse Nadine Broersen, die noodgedwongen forfait moest geven voor dit WK. Eind februari liep Broersen een blessure aan de knie op waardoor ze haar wereldtitel niet kon verdedigen. "Dit kwam heel hard aan, maar misschien is de gedwongen rust wel positief met het oog op de zomer."
Nadine Broersen (25) had al een paar weken last van haar knie, toen eind februari een MRI-scan een scheurtje in de achterste kruisband aan het licht bracht. Dit was een ferme streep door haar rekening want ze was erop gebrand om haar wereldtitel op de vijfkamp te verdedigen en wie weet zelfs te verlengen. "Die blessure en mijn forfait voor het WK kwam heel erg hard aan. Ik wou in Portland heel graag opnieuw laten zien wat ik waard was en bewijzen dat ik de afgelopen jaren ook stappen voorwaarts gezet had. Dit jaar zijn er met het WK indoor, het EK in Amsterdam en de Olympische Spelen drie heel belangrijke kampioenschappen. Ik wil eigenlijk altijd aan elk kampioenschap met succes deelnemen en ik had van Portland ook echt een doel gemaakt. Maar helaas...," aldus Nadine.
Geluk bij een ongeluk
Blessures horen nu eenmaal bij het leven van een topsporter. Het komt erop aan om na iedere tegenslag mentaal de moed en de kracht te vinden om terug te slaan en te geloven dat je sterker terug zal keren. "Over het algemeen vind ik dat ik goed met blessures kan omgaan. Ik heb daar alleen een beetje tijd voor nodig. In eerste instantie kan ik heel erg boos zijn en behoorlijk emotioneel reageren, maar na verloop van tijd ben ik erg positief en kijk ik met veel vertrouwen richting de toekomst. Dit is nu ook zo. Momenteel ben ik al opnieuw druk bezig met de revalidatie en de opbouw naar het zomerseizoen toe. Het gaat best goed ... eigenlijk veel beter dan verwacht. Misschien was deze gedwongen rust wel een geluk bij een ongeluk. Ik ben nu al veel eerder dan gepland bezig met de opbouw voor de zevenkamp. Ik ben er dan ook stellig van overtuigd dat ik heel fit het zomerseizoen zal ingaan."
Rio blijft het hoofddoel

Met het Europees Kampioenschap en de Olympische Spelen in Rio krijgt Broersen deze zomer op korte tijd twee heel belangrijke zevenkampen voorgeschoteld. "Uiteraard is Rio het absolute hoofddoel van het seizoen, maar eigenlijk vind ik iedere wedstrijd in aanloop daarvan belangrijk. Ik ben nu 25 en van meerkampers zeggen ze dat ze rond deze leeftijd op hun best zijn. Ik ben er zeker van dat ik dit jaar opnieuw mooie dingen zal laten zien en 2016 moet voor mij één van de mooiste jaren uit mijn carrière worden. Toch ben ik er ook van overtuigd dat mijn carrière na 2016 nog lang niet over is. Ik leer nog iedere dag bij en ik weet dat ik nog ieder jaar vooruitgang kan boeken," besluit ze.